1 pièce 1 ampoule

Door · Bijgewerkt op

Handleiding

Halogeenspots vervangen door LED

Om een MR16-halogeenspot van 50 W te vervangen moet een LED minstens 540 lm geven in een kegel van 90°, voor een GU10 (PAR16, 230 V) van 50 W 300 lm (Verordening (EU) 1194/2012). Vergelijk lumen, geen watt.

1. Spot herkennen

  • GU10: twee korte pinnen met voetjes, vastdraaien. 230 V, geen trafo.
  • MR16 (GU5.3): twee dunne rechte pinnen, insteken. 12 V via een trafo in het plafond.

2. Lichtstroom kiezen

Vervangen halogeenspotMinimale lichtstroom Φ90°
GU10 (PAR16, 230 V), 35 W200 lm
GU10 (PAR16, 230 V), 50 W300 lm
MR16 (GU5.3, 12 V), 35 W300 lm
MR16 (GU5.3, 12 V), 50 W540 lm

Bron: Verordening (EU) 1194/2012, bijlage III, tabel 6 (nu tabel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015); voor LED's nog maal de lumenbehoudfactor en onder 20° stralingshoek maal 0,8–0,9. Behoud de stralingshoek (meestal 36–40°) en kies 2700–3000 K voor warm halogeenlicht.

3. MR16: de trafo-valkuil

Oude elektronische halogeentrafo's vragen vaak 20–35 W minimale belasting. Eén LED van 4 W zit daaronder: flikkeren of geen licht. Oplossing: een LED-driver voor het totale vermogen, of overschakelen op GU10-fittingen op 230 V (werk aan de installatie: NEN 1010 / AREI).

4. Dimmer

Zie dimbare LED: dimbare LED's en een fase-afsnijdingsdimmer.

5. Veiligheid

Schakel de groep uit en laat halogeenlampen afkoelen – ze worden ruim 100 °C heet. Let bij inbouwspots in geïsoleerde plafonds op de markering voor afdekking met isolatie.

Cette page vous a-t-elle été utile ?

Heb je een vraag over deze verlichting of je installatie? Stel hem hier

Vermeld de ruimte, de fitting of je elektrische installatie: we antwoorden per e-mail binnen 1 à 2 werkdagen.