Door Emmanuel Sauvage · Bijgewerkt op
Handleiding
Halogeenspots vervangen door LED
Om een MR16-halogeenspot van 50 W te vervangen moet een LED minstens 540 lm geven in een kegel van 90°, voor een GU10 (PAR16, 230 V) van 50 W 300 lm (Verordening (EU) 1194/2012). Vergelijk lumen, geen watt.
1. Spot herkennen
- GU10: twee korte pinnen met voetjes, vastdraaien. 230 V, geen trafo.
- MR16 (GU5.3): twee dunne rechte pinnen, insteken. 12 V via een trafo in het plafond.
2. Lichtstroom kiezen
| Vervangen halogeenspot | Minimale lichtstroom Φ90° |
|---|---|
| GU10 (PAR16, 230 V), 35 W | 200 lm |
| GU10 (PAR16, 230 V), 50 W | 300 lm |
| MR16 (GU5.3, 12 V), 35 W | 300 lm |
| MR16 (GU5.3, 12 V), 50 W | 540 lm |
Bron: Verordening (EU) 1194/2012, bijlage III, tabel 6 (nu tabel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2015); voor LED's nog maal de lumenbehoudfactor en onder 20° stralingshoek maal 0,8–0,9. Behoud de stralingshoek (meestal 36–40°) en kies 2700–3000 K voor warm halogeenlicht.
3. MR16: de trafo-valkuil
Oude elektronische halogeentrafo's vragen vaak 20–35 W minimale belasting. Eén LED van 4 W zit daaronder: flikkeren of geen licht. Oplossing: een LED-driver voor het totale vermogen, of overschakelen op GU10-fittingen op 230 V (werk aan de installatie: NEN 1010 / AREI).
4. Dimmer
Zie dimbare LED: dimbare LED's en een fase-afsnijdingsdimmer.
5. Veiligheid
Schakel de groep uit en laat halogeenlampen afkoelen – ze worden ruim 100 °C heet. Let bij inbouwspots in geïsoleerde plafonds op de markering voor afdekking met isolatie.
Heb je een vraag over deze verlichting of je installatie? Stel hem hier
Vermeld de ruimte, de fitting of je elektrische installatie: we antwoorden per e-mail binnen 1 à 2 werkdagen.